Waarom rennen zij?

Bikkel Michael-Robbert rent op één been mee met de Dag van Bart!

Michael-Robbert is de snelste man ter wereld op de 5 km met één been.

Op een dag in 1995 zagen de ouders van Michael-Robbert Brans een rare bult aan de binnenkant van zijn rechterbeen. “Ik was veertien en had een tumor in mijn rechterbovenbeen zo groot als een rugbybal”, legt hij uit. Een dag die zijn leven helemaal ondersteboven gooide. Een 20 uur durende beenbesparende operatie, radiotherapie en revalidatie volgde. Alleen na een jaar ging het weer niet goed. “Er zat een tumor in mijn bovenbeen die als het ware omhoog kroop en voor kans op uitzaaiing in de longen zorgde.” De artsen besloten daarom zijn been te verwijderen. Zijn obstakel werd groter, maar hij leerde met deze uitdaging om te gaan. Hij stelde zichzelf nieuwe doelen, zoals het weer opnieuw leren lopen, het afronden van de middelbare school en door de dingen te blijven doen die zijn leeftijdgenoten ook deden.

De kanker kwam terug
In 2001 werd er opnieuw kanker geconstateerd. “Toen hebben ze mijn bekken, heup en een stuk darm weggehaald.” Dit moment viel voor Michael-Robbert zwaar. Uitgerekend nu hij had leren autorijden, vaak op stap ging met vrienden en volop aan het daten was, stond hij op het punt om dit alles te verliezen.
Je zou denken dat alle andere obstakels die hij nog zou tegenkomen niet meer zo uitdagend voor hem zouden zijn, maar dat liep heel anders. “Iedereen heeft zijn of haar obstakels, maar laat je ogen je niet voor de gek houden. Vergeet niet dat de obstakels die jij ziet, niet altijd de obstakels zijn die je moet overwinnen. Ik heb nog grotere obstakels te overwinnen.”

Verslaving voor obstacle runs
Michael-Robbert bleek verslaafd te zijn aan obstacle runs. In 2014 deed hij voor het eerst mee aan een obstacle run. Over vijf kilometer deed hij vier uur en het koste hem maar liefst 15 minuten om een muur van tweeëneenhalve meter hoog te beklimmen. Hij die altijd zijn grenzen weet te verleggen en anderen zijn helpende hand bood kwam kapot, bang en verslagen boven. De tranen rolde over zijn wangen, want hij was toen degene die hulp nodig had.“ Op dat moment ging de knop om en besloot ik adaptief obstacle runner te worden. Een paar jaar later heb ik een wereldrecord gevestigd op de vijf kilometer. Met 38 minuten ben ik de snelste man met één been op krukken.”

Ondernemen als een echte bikkel
Een aantal jaar geleden opende Michael-Robbert samen met een vriend – én met behulp van de Bart de Graaff Foundation – een zeventig meter lange hindernisbaan en crossfit box. “We hadden honderdzestig leden: de meesten waren valide sporters, maar er deden ook mensen met bijvoorbeeld PTSS, overgewicht of een hersenaandoening mee.” Ondertussen liep hij ook nog even over de Chinese Muur een marathon en overmeesterde hij honderden kilometers aan obstacle runs, zoals ook de Nacht van Bart. “ Helaas kan de Nacht van Bart dit jaar niet doorgaan, maar tijdens de Dag van Bart ren ik gewoon mijn eigen obstacle parcour vanuit mijn eigen voordeur!”




Melissa: Rennen voor mijn vader en de Nierstichting

Mijn vader rent elke week drie keer een marathon. Maar nog voor hij kan starten is zijn batterij al leeg door de auto-immuunziekte ITP en tijdens de wedstrijd wordt hij geteisterd door zware jichtaanvallen. Hij finisht als hartpatiënt met de Ziekte van Bechterew en diabetes. Na de marathon ploft hij op de bank om uit te rusten en twee dagen later loopt hij die hele marathon opnieuw, en opnieuw, en opnieuw.

Die marathon is natuurlijk niet echt, of tenminste, niet zoals je die wel eens op tv hebt gezien. Deze marathon heet dialyse en wordt in Nederland gerend door ongeveer 6.200 mensen, waarvan mijn vader eentje is. Zij zijn afhankelijk van nierdialyse. Voor mijn vader betekent dat drie keer per week hemodialyse in Nij Smellinghe, het ziekenhuis in Drachten. Wetenschappers schatten in dat de impact op het lichaam van een nierpatiënt tijdens dialyse even groot is als de impact op een lichaam wanneer die een marathon rent. Stel je dat eens voor.

Het enige alternatief voor nierpatiënten is transplantatie, maar de wachtlijsten zijn lang. Gemiddeld moet een dialyserende nierpatiënt drie jaar wachten op een nieuwe nier. Dat is drie jaar lang, drie keer per week een marathon lopen. Dat duurt lang. Voor sommige mensen té lang. Volgens de Nierstichting stierven in 2019 67 mensen op de wachtlijst voor een nier. En er gingen 112 mensen van de wachtlijst af, omdat hun conditie zo verslechterde dat ze een transplantatie niet meer aan konden.

Dialyseren is een extreem zware behandeling voor mensen die wachten op een nieuwe nier. Daarom is onderzoek heel belangrijk. De Nierstichting zet financiële middelen in om onderzoek naar nieuwe behandelingen en medicijnen te bekostigen om zo het leven van nierpatiënten te verbeteren. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van een draagbare kunstnier, zodat patiënten minder snel afhankelijk worden van dialyseren en langer gezond kunnen blijven terwijl ze wachten op een nieuwe nier.

Daarvoor is natuurlijk geld nodig. Dit jaar organiseert de Nierstichting, samen met de Bart de Graaf Foundation (Bart de Graaff was zelf ook nierpatiënt) de Dag van Bart. Een sportieve uitdaging om geld op te halen voor deze twee goede doelen. Ik loop dit jaar ook mee, want ik heb persoonlijk gezien hoe verwoestend deze ziekte is. Ik denk niet dat de vijf kilometer die ik ga rennen vergelijkbaar is met de marathon van mijn vader. Maar zwaar wordt het wel.